

wiki artikel terug | ik wil een wiki plaatsen
Het landgoed en rijksmonument “De Tempel” heeft een zeer rijke historie. De naam gaat terug op de voormalige buitenplaats van de familie Van Oldebarneveld (jawel, van de raadspensionaris), iets ten noorden van de latere Tempel gelegen.
Het huidige landgoed bestaat uit een kleine baroktuin uit de vroege 18e eeuw met twee kaarsrechte zichtassen, door een intiem landschapspark met slingerpaadjes en charmante gietijzeren brugjes.
Behalve een rijke historie, heeft De Tempel ook een rijkdom aan flora en fauna.
Er staan veel grote oude bomen. De grootste en oudste eik van Rotterdam staat op dit landgoed.
Bijzondere vogelsoorten als groene specht, holenduif en boomvalk komen er voor. In Nederland komen zeventien soorten vleermuizen voor en daarvan zijn zes soorten op De Tempel aanwezig. Daarom heeft de Vereniging Natuur- en Milieubescherming het landgoed in 1989 uitgeroepen tot vleermuizenreservaat. De vleermuissoorten die u hier kunt tegenkomen zijn: de gewone- en ruige dwergvleermuis, de laatvlieger, water-, rosse en gewone grootoorvleermuis. Kleine roofdieren als wezel en hermelijn komen er ook voor.
De Tempel is sinds 1946 eigendom van de gemeente Rotterdam. In huis en bijgebouwen worden ex-verslaafden voorbereid op terugkeer in de samenleving. Het bijbehorende park wordt beheerd door de Vereniging voor Natuur- en Milieubescherming Noordrand Rotterdam en is alleen op zater-, zon- en feestdagen voor wandelaars (verboden te fietsen!) toegankelijk.
Historie
(Onderstaande informatie is deels afkomstig van de site Engelfriet.net)
In Overschie kun je ook de buitenplaats 'De Tempel' vinden, welke eigendom is geweest van Johan van Oldebarnevelt. De buitenplaats de Tempel verwisselde vaak van eigenaar. Het is voorzien van een glorieus waterwerk. Water stroomt in een houten reservoir. Vandaar met een watervalletje van 3 treden in een sloot. Bij het reservoir stonden 4 beelden, die draken voorstelden. Zij spoten het water hoog op. Dat water werd via een leiding aangevoerd als men bij het buiten een kraan opendraaide. De tuin was versierd met beelden, die in de winter werden opgeborgen. Het water werd door een paardenmolen opgepompt en kwam terecht in een loden reservoir in het huis.
De buitenplaats werd in 1949 gerestaureerd. De laatste eigenaar had, toen hij het in 1946 verkocht aan de gemeente Rotterdam, wel bedongen dat de tuin zo moest blijven zoals hij toen was. Het bleef dus een uniek brok natuurschoon met statige oude lanen en een prachtige tuin.
In 1500 volgde Daniel van Cralingen zijn vader Jan van Cralingen op als leenman van De Tempel.
Omstreeks de tweede helft van de veertiende eeuw, toen Kerstine van Rodenrys huwde met Willem van Cralinghen en later na hun dood, werden hun goederen verdeeld onder hun vier zoons. Misschien is toen bij die verdeling De Tempel ontstaan als zelfstandige heerlijkheid.
Oktober 1512 werd De Tempel overgenomen door de jurist Mr. Jan Jacobszoon van Utrecht. In 1518 werd hij dijkgraaf van Delftland.
De Tempel bezat van oudsher hoge en lage rechtspraak.
De Tempel was vanouds vrij van schot, lot ende beeden en grooten thienden.
De Secretaris van de Tempel was steeds ook Secretaris van Berkel en Rodenrijs.
Rond 1592 bezat Johan van Oldenbarnevelt vijf heerlijkheden. De voornaamste - de enige 'hoge heerlijkheid' met eigen halsrechtspraak - was De Tempel, niet ver van het latere dorp Rodenrijs in de Zuidpolder. Op de Tempel stond een boerderij, met een kamer gereserveerd voor 'de heer', als hij er kwam overnachten. Oldenbarnevelt heeft zich als vertegenwoordiger van zijn oudste zoon, die het eigenlijk geerfd had, heer van den Tempel genoemd en is daarmee doorgegaan, toen deze zoon al volwassen was.
In 1715 kocht Mr. Johan van der Hoeven De Tempel voor f 6000,-. Toen hij trouwde met Adriana van der Cloot was hij eigenaar geworden van een boerderij in Schieveen die hij Berkeloord had genoemd.
Bij de koop van De Tempel werd bedongen dat de heerlijke rechten van De Tempel ook zouden gelden voor zijn bezit Berkeloord aan de Schie. De naam Berkeloord werd later door van der Hoeven gewijzigd in De Tempel.
In 1777, toen de Zuidpolder drooggemalen werd, werden er acht hardstenen palen geplaatst om de grenzen tussen De Tempel en Berkel en Rodenrijs af te bakenen.
Ook heeft "in den Tempel een Houten Galgh gestaan. Nadat de Heerlijkheid drooggemaakt was heeft men Twee Steene pilaaren met een Zwaar IJser daarboven tot een Galgh doen vervaardigen in 's najaar van 1777"
In 1793 wordt het rechthuis gehouden in de herberg "De Oranjeboom", dat ook het rechthuis van den Tempel is.
In 1811 wordt Vrijenban bij Delft gevoegd en in 1812 Biesland, Ruiven, Abtsregt, Akkersdijk en Tempel bij Pijnacker.
Vanaf 1812 was de Tempel onbewoond en viel onder de gemeente Pijnacker. Verder hoorde de gemeente Berkel en Rodenrijs onder het kanton Hillegersberg. Later duikt de Tempel weer op als gemeente, om in 1855 definitief ingelijfd te worden bij Berkel en Rodenrijs.
In het Rotterdams jaarboekje van 1950 staat geschreven dat het archief van de leenheren van De Tempel berust in kasteel Twickel, onder Delden.
Bij de Doenkade heeft het kasteel Rodenrijs gelegen, al lange tijd geleden met de grond gelijk gemaakt. Na de bebouwde kom, in de richting van de Tempel, ligt het landgoed Nieuw Rodenrijs en iets verder het landgoed-met-gebouw De Tempel.
Vanaf ???? was het buiten "De Tempel" eigendom van de dames Suermondt welke in Kralingen woonden. Eenmaal per week kwam mej. Suermondt met de paardentram naar Overschie. Zij wandelde dan naar de Tempel en dronk daar een kopje thee om het een en ander te bespreken met de heer De Kruijf sr welke in het huis woonde en de buitenplaats beheerde. Hij werd hierbij geassisteerd door de heer Barend Zijffers, wiens gezin in het koetshuis woonde. Aan het eind van de middag wandelde mej. Suermondt weer terug naar de paardentram.
Omstreeks 1938 is het buiten verkocht aan de familie van Beek (man, vrouw en dochter Tilly). Deze liet het oude gebouw afbreken om een nieuw woonhuis te bouwen.
De familie Van Beek verkocht dit buitenhuis de Tempel in 1946 voor f 100.000 aan de gemeente Rotterdam onder de voorwaarde dat de tuin in zijn bestaande vorm behouden en onderhouden werd.
Aan de rand van de vijver voor het landhuis lag de beeldengroep "Lot en zijn dochters". De originelen zijn overgebracht naar het depot van het Historisch Museum.
Inmiddels heeft de Bouman stichting haar intrek genomen op de Tempel. Het woongebouw is gereed gemaakt voor 31 deelnemers aan het IMC (Intercultureel Motivatie Centrum). Momenteel wonen er 15 deelnemers. Het statige hoofdgebouw wordt kantoor met behandelruimtes. Het koetshuis wordt ingezet voor sport en bezigheid.




_W24595.jpg)

